De klompenwaard.

= (Rondom) de Klompenwaard de geschiedenis =

 

Het gebied gelegen tussen het fort, dijk, Waal en het oude veerhuis Den Holenoever, is eigenlijk pas na 1745 ontstaan.

De splitsing van het Pannerdensch kanaal en de Waal lagen toen bij de Sterreschans.

De rivier de Waal stroomde toen vanaf de Sterreschans tot voorbij ter hoogte van de Kruispoel heel dicht langs de Waaldijk.

 

Alleen iets ten zuiden van de splitsing bij de Sterreschans was ter plaatse enige ondiepte in de Waal.

Tussen omstreeks 1750 en1767 ontstond hier het land wat men later de naam Nicolaaswaard gaf.



        Rechtsboven op de kaart zien we de Nicolaaswaard

 

Nu dreigde echter de bovenmond van het Pannerdensch kanaal te verzanden.

Om hier verandering in te brengen werd het punt van separatie( de splitsing van het Pannerdens kanaal en de Waal)

in 1780 meer naar het zuidoosten verplaatst.

 

Om precies te zijn bevond het zich nu aan het toenmalige uiteinde van de Nicolaaswaard.

Medio 1781 werd er besloten de bovenmond in zijn geheel grootscheeps aan te pakken.

 

Op een grote zandbank zou nu een zeer lange krib worden aangelegd met aan weerszijde hieraan twee kribben

schuin achterwaarts in richting Nicolaaswaard. Hierachter zou dan de aanslibbing plaats moeten vinden.

 

Op deze plaats werd niet alleen gewerkt om verbetering in de loop  van beide rivieren te brengen,

ook werden ter plaatse personen overgevaren naar de Millingse kant.

 

Volgens een oude brief uit het jaar 1832 bevond zich al sinds 1783 op de punt van separatie een voetveer

van Doornenburg over de Waal naar Millingen. Dit was het zogenaamde Doornenburgse veer.

Dit veer was van 1783 tot 1805 gepacht door de veerman Derk Krechting uit Doornenburg.

Daarna is het in eigendom gekomen van Klaas van Driel. Vervolgens kwam het veer in bezit van Colenbrander

wonende te Zutphen, hij verpachte het veer aan Gijsbert Jeurissen, dat was in 1832.

 

Deze veerverbinding was dus nog steeds bij de Sterreschans bij het punt van separatie volgens een document van 6 november 1832

Na verloop van vele jaren ontstond nu buitendijks door verdere aanslibbing de zgn.  Klompenwaard.

Tevens werd de splitsing van het Pannerdensch kanaal en de Waal verder naar het Zuid-Oosten uitgebouwd.

 

Op de plaats waar destijds een heel scherpe bocht in de Waaldijk zat, de zgn. Helhoek,

ongeveer gelegen in het midden tussen de Sterreschans en de Kruispoel, had men net tegen de dijk aan twee kribben aangelegd.

Dat waren de enige kribben die tot dan aangelegd waren.

 

Het hele gebied zou nog vele jaren zonder kribben zijn zoals we die nu kunnen zien.

Ondertussen had men in 1869/1871 het fort gebouwd op de splitsing van beide rivieren.

In de richting Kruispoel en Hulhuizen liep de Waal toen nog steeds onmiddellijk langs de Waaldijk.

Rond 1870 zag de klompenwaard wat de aanslibbing betreft er bijna net zo uit zoals deze heden ten dagen te zien is.

In westelijke richting liep de Waard toen spits toe tot net boven de plaats waar later de veerweg naar de Bol zou worden aangelegd. 



Kaart uit 1873

Veerhuis met links daarvan een kolk waarlangs we de veerweg omhoog zien lopen


De kribben aan de Waal langs de Klompenwaard, destijds 9 in totaal, die net onder de splitsing van Rijn en Waal beginnen,

zijn allemaal in 1884 aangelegd, en zo ook in het zelfde jaar de veerkrib en de Bol.

 

Dit was de aanlegplaats voor schepen en het voetveer naar Millingen. De krib aan de Bol is er later aangebouwd, dat was in 1915.

De kribben die al in  1884 waren aangelegd zijn allemaal in 1915 een verlengd.

Ook is de splitsing van het Pannerdens kanaal in het jaar 1915 weer een stuk verlengd in richting zuid-oosten

en werden er aan de Waal kant  4 nieuwe korte kribben in het zelfde jaar aangelegd.

 

Zo is de toestand heden ten dagen nog te zien.

 

Het voetveer naar Millingen is vroeger ook veel gebruikt door mensen die op een steenfabriek en op de scheepswerf werkte



 Voetveer naar Millingen begin jaren '60 op de achtergrond zien we het fort

(foto Els Milder, via Jos Banning)

 

Het voetveer van Doornenburg naar Millingen is in 1962 opgeheven.

De aanlegplaats voor schepen, de Bol, is daarna door de heer H.Buurman uit Doornenburg tot 1968 gepacht.

 Met zijn vrachtauto kwam Buurman hier het zand laden dat door de plaatselijke zandschepen daar werd gelost.

 

= De Klompenwaard nu =

 

Door de ingrijpende veranderingen die hier sinds 1999 plaats vinden stond de Klompenwaard de laatste jaren vaker in de belangstelling. 

Zoals bekend is deze uiterwaarde aan de natuur terug gegeven.

 

Door het graven van een geul en nevengeul die met de Waal ter plaatse in verbinding staan, kan het water van de Waal tijdens een hoog water periode

zich nu eerder in de breedte uitbreiden.

Hierdoor stijgt de waterstand stroomafwaarts niet meer zo hoog, wat wederom voor de bevolking en de dijken in toekomst veiliger is.


       

                                                                                               De nevengeul bij de Klompenwaard

 

 

Op de linkerfoto zien we duidelijk de loop van deze geul .


De naam 'Klompenwaard' is ontstaan omdat vroeger het slijkzand van het oorspronkelijke terrein 

nagenoeg uitsluitend met klompen kon worden betreden.



 Kaart van de klompenwaard anno nu


Staatsbosbeheer is vanaf 1998 beheerder van de Klompenwaard.

Stichting de Ark heeft de zorg voor de runderen en paarden, zij zorgen voor een natuurlijke begrazing.

Daartoe liepen voorheen Galloways, nu Rode geuzen en Koniks paarden in lage dichtheden van gemiddeld 3 ha per dier,

het hele jaar in het gebied.

 

Bij deze dichtheid kunnen er ruim 40 dieren leven. Doordat de aantallen van deze dieren laag zijn, in vergelijking

met de gangbare landbouw, is bijvoeren niet nodig. De runderen en de Konikspaarden zijn rustige diersoorten,

die zich niet storen aan voorbijgangers.

 

De dieren werpen hun jongen zonder tussenkomst van de beheerder.



Rode Geuzen bij Fort Pannerden


Konikspaarden bij hoog water.

 

Het gevolg van dit type beheer is dat er 's zomers een overvloed aan voedsel is, waardoor veel planten tot bloei komen en zaad kunnen zetten.

Veel vogels profiteren van de dekking van de ruigte.

 

Naast algemene soorten komen hier met name meer zaad- en insectenetende vogels voor dan voorheen.

 

Onder invloed van de jaarrond-begrazing is de vegetatie de afgelopen jaren sterk veranderd.

Bestond voorheen het gebied voornamelijk uit grasland.

Tegenwoordig zijn er veel ruigtekruiden te vinden. Maar gaandeweg nemen de zeldzamere soorten toe.



De vegetatie in de klompenwaard

 

 

 

Tot zover de klompenwaard

met oprechte dank aan Jos Banning voor een groot deel van de teksten